Introductie: Van Kragujevac naar de Kilimanjaro
Stel je voor: het is 1975. Je hebt vijf gloednieuwe, felrode Zastava’s 101, een route van 11.000 kilometer voor de boeg en een landkaart die meer vragen oproept dan antwoorden geeft. Geen GPS, geen mobiele telefoons en wegen die dwars door de Nubische woestijn en de Afrikaanse savanne snijden. Dit is het verhaal van de grootste Joegoslavische auto-expeditie ooit — een heroïsche tocht die bijna in de vergetelheid was geraakt, maar nu weer tot leven komt. Een absolute must-read voor iedereen die houdt van klassieke techniek en onvervalst avontuur.
De expeditie werd georganiseerd door de Zastava-fabriek, met steun van de olieraffinaderij Modriča, bandenfabrikant Tigar uit Pirot en diverse kleinere bedrijven. Het ontwerp van de auto's en het expeditielogo waren van de hand van de destijds bekende ontwerper en striptekenaar Veselin Sredanović.
Op 14 februari 1975 vertrok de expeditie feestelijk vanaf het stadhuisplein in Kragujevac. De reis zou 45 dagen duren en ruim 11.000 kilometer beslaan, dwars door de onherbergzame Nubische woestijn, savannes, rotsachtige gebieden en moerassen.
"De expeditie was een ketting waarvan geen enkele schakel mocht breken; dat zou het einde van de hele onderneming hebben betekend," verklaarde Milan Rakočević, de organisator van deze pioniersreis, later.
De "schakels" van die ketting waren onder meer: Branimir Perić Džo (expeditieleider en rallykampioen van Joegoslavië), Milan Rakočević (organisator en auteur), monteurs, journalisten, een cameraman en een arts. En natuurlijk de sterren van de show: vijf glanzend rode
ZASTAVA 101’s. Vier daarvan waren voorzien van speciale stickers en gestript van hun achterbank voor extra bagageruimte. De vijfde was een standaard fabrieksmodel dat door de teamleden liefkozend "Salonac" (de Showroomauto) werd genoemd.
De reis door Afrika
De route voerde door Griekenland, Egypte, Soedan, Kenia, Oeganda (een kort en illegaal fragment, omdat de visa nooit aankwamen) en Tanzania. Als je de stedenlijst bekijkt, klinkt de onderneming nog ongelooflijker: van Athene en Caïro via Luxor en Aswan naar de brandende woestijnstations in Soedan, om uiteindelijk via Nairobi en de evenaar uit te komen bij de voet van de Kilimanjaro.
Een episch avontuur
Zelfs naar huidige maatstaven leest deze reis als een filmscript. De uitdagingen waren enorm. De teamleden hadden geen radioverbinding; zenders werden destijds gezien als spionageapparatuur. Ze moesten het doen met walkietalkies, die prompt de geest gaven bij 50 graden in de woestijn. Telefoons waren er alleen in de grote steden en nauwkeurige kaarten ontbraken, omdat topografische kaarten als een veiligheidsrisico werden beschouwd. Het kompas was vaak het enige betrouwbare navigatiemiddel.
Brandstof was schaars en de kwaliteit was vaak bedroevend slecht. Benzine en drinkwater werden vervoerd in jerrycans op de daken, later op een gehuurde Land Rover en uiteindelijk in een kleine vrachtwagen. De hitte in de Nubische woestijn was zo intens dat verse eieren die in de kofferbak lagen aan het eind van de dag hardgekookt waren. Het water in de zakken op het dak kookte bijna; je kon je handen branden aan het waswater.
Ontmoetingen met militaire grensposten in afgelegen gebieden waren spannend, vaak stonden de reizigers tegenover doorgeladen geweren van soldaten die geen Engels spraken. Een grote hulp was echter de
Beweging van Niet-Gebonden Landen. Het rode Joegoslavische paspoort en het opschrift "Jugoslavija" op de motorkap openden vele deuren. Het kwam zelfs voor dat een lokale commandant de groep in vloeiend Servisch begroette, omdat hij zijn opleiding bij het Joegoslavische Volksleger (JNA) had genoten.
De lokale bevolking in afgelegen dorpen had vaak nog nooit een personenauto gezien. De Zastava 101 was overal een enorme attractie. Men verbaasde zich erover dat zo’n kleine auto over paden kon rijden waar voorheen alleen zware terreinvrachtwagens durfden te komen.
Wat kreeg de "Kec" allemaal te verduren?
Het is een feit dat tot op de dag van vandaag geen enkele andere autofabrikant kan bogen op zo'n avontuur. Milan Rakočević beweert met een brede glimlach nog steeds dat de Zastava 101 (in de volksmond de "Kec" of "Stojadin") echt het beste voertuig was dat ze voor de expeditie hadden kunnen kiezen: licht, vlot, snel genoeg, betrouwbaar en zuinig.
De expeditie trotseerde met succes de "Haboob", een beruchte zandstorm in de woestijn. Dit natuurverschijnsel verminderde het zicht aanzienlijk en perste fijn zand en stof in elk kiertje van de auto's. Door de wrijving van het zand in de lucht raakten zowel de mensen als de machines zo statisch geladen dat de vonken er voortdurend vanaf sprongen. Toch reed de Kec onverstoorbaar door; stoppen was namelijk het grootste gevaar, omdat het zand de auto's dan razendsnel zou begraven.
Een beetje duwen en trekken
Zoals verwacht bleven defecten niet uit. Verschillende motorsteunen, een carter, twee draagarmen achter en een bladveer begaven het onder de klappen van sprongen over hoge duinen en het scherpe gesteente in droge rivierbeddingen. De monteurs repareerden alles ter plekke, zonder dat de expeditie hoefde te vertragen.
Het grootste probleem was het wegzakken in het zand. De teamleden moesten dan graven, duwen en op eigen kracht de auto's weer vlot trekken. En dan waren er nog de kleinere mankementen… Door de trillingen op het rotsachtige terrein trilden lampjes en zekeringen los. De cassettespelers gaven de geest door de hitte en het stof, maar Radio Belgrado was in die jaren via de AM-golven zelfs in het hart van Afrika nog te ontvangen!
In Kenia kwam de expeditie serieus tot stilstand toen over een afstand van slechts 15 kilometer aan doornige paden de banden massaal klapten. De reden was duidelijk: lange, vlijmscherpe doorns scheurden het rubber kapot. Dit was een enorm probleem, omdat de banden met koevoeten van de velgen moesten worden gewipt, geplakt en met de hand opgepompt. Op een gegeven moment waren er van de vijf auto's nog maar tien banden heel en waren de plakkers en lijm bijna op. Rakočević en Perić maakten toen één auto rijklaar, laadden die vol met 20 wielen en gingen op zoek naar hulp. Om de weg terug te vinden, lieten ze om de honderd meter een wiel achter als markering.
Ze hadden geluk: vlakbij de gestrande expeditie bevond zich een christelijke missiepost. Daar vonden ze niet alleen hulp, maar ook het meest onverwachte apparaat: een machine om banden van de velgen te trekken. De bewoners van de missie ontvingen hen hartelijk, laadden de machine op een vrachtwagen en pikten onderweg alle achtergelaten wielen weer op. In de tuin van de missiepost werd tot de volgende dag koortsachtig gewerkt om alle lekke banden te plakken.
Bijna in de cel door een drankje
De overlevende leden van de expeditie herinneren zich vandaag de dag nog talloze anekdotes die meer weg hebben van een
Indiana Jones-film dan van de werkelijkheid. Eén verhaal in Khartoem, de hoofdstad van Soedan, springt eruit.
Een paar teamleden besloten ’s avonds naar een lokale kroeg te gaan om te proosten op de goede afloop en de sfeer van de stad te proeven. Ze wisten echter niet dat alcohol na een bepaald tijdstip streng verboden was. Terwijl de sfeer er goed in zat, ging Slobodan Nikolić naar buiten om de twee Zastavas te controleren die bij de zij-ingang geparkeerd stonden. Milan Rakočević hield vanuit het raam de situatie in de gaten.
Plotseling verscheen de politie. Rakočević besefte dat de kans groot was dat ze de nacht in een cel in Khartoem zouden doorbrengen — wat fataal zou zijn voor de planning aangezien de rest van de ploeg al sliep — en riep dat iedereen moest vluchten. Hij rende naar buiten en sprong in de Zastava die Nikolić al gestart had. Zonder de deur goed te sluiten, stoof de "Stojadin" de straat door in een filmische achtervolging, compleet met zwaailichten en sirenes achter zich aan. Ze reden rechtstreeks naar de Joegoslavische ambassade, waar ze tekst en uitleg kregen. Onder begeleiding van ambassadepersoneel gingen ze direct naar de politie om hun inmiddels opgepakte vrienden vrij te krijgen. Het misverstand werd diplomatiek opgelost.
Van de woestijn rechtstreeks naar het circuit?
Het is weinig bekend dat Jovica Paliković, een van de meest succesvolle rallyrijders van Joegoslavië en destijds het gezicht van Zastava Sport, de aanwezigheid van de auto's in Kenia wilde benutten om deel te nemen aan de legendarische "East African Safari Rally". De route van de expeditie overlapte namelijk deels met het parcours van deze race.
De omstandigheden waren ideaal. De auto's waren al ingereden, getest en voorzien van experimentele onderdelen zoals olie-luchtfilters, versterkte voorophangingen (de zogenaamde "sleeën") en speciale woestijnbanden van Tigar. Met een kleine tuning van het motorvermogen hadden ze zo kunnen starten. Zastava steunde het idee, mits de expeditie er niet door vertraagd zou worden. Paliković vloog naar Nairobi, maar tot zijn teleurstelling besloot de expeditieleiding dat het afstaan van middelen en mensen de rest van de tocht — die op dat moment al achterliep op schema — te veel in gevaar zou brengen.
De Kilimanjaro bedwongen met drie auto's
Uiteindelijk bereikten drie "Kec"-modellen de finish en bedwongen ze de Kilimanjaro. In overleg met het team zetten de "Salonac" en de KG-508-56 koers naar de prachtige stranden in de buurt van Mombasa. Daar schoot Mioljub Jelesijević exotische foto's met het model Winnie Kibuja, beelden die later zouden worden uitgeroepen tot de beste foto's van het tijdschrift
Ilustrovana Politika van 1975.
Maar wat gebeurde er daarna met de auto's van de expeditie? Ze keerden datzelfde jaar per schip terug van Mombasa naar Rijeka (Kroatië), waarna de teamleden ze zelf terugreden naar de fabriek in Kragujevac. Daar werden ze verdeeld over verschillende afdelingen van de
Zavod Crvena Zastava en na hun afschrijving simpelweg verkocht.
Hoewel er geen exacte documentatie van bewaard is gebleven, nam Borislav Matev, voormalig hoofd van de servicedienst in Skopje, contact op met de
Zastava 101 Club. Hij bevestigde dat de "Salonac" (KG 508-55) na de expeditie aan zijn eenheid was toegewezen. In die auto zat, op de vloer voor de passagiersstoel, nog altijd de kleine vastgelaste kluis voor de paspoorten en het geld van het team.
Van glorie naar vergetelheid en weer terug
Zoals verwacht volgden de Joegoslavische media de voortgang van de expeditie op de voet. Informatie werd doorgegeven via telefoon en telex, en foto's werden per luchtpost verstuurd. Ook buitenlandse media, vooral in de landen waar de stoet doorheen trok, berichtten over de avonturen van de Zastava 101. Na terugkomst zond TV Belgrado verschillende programma's uit met beelden uit de expeditiefilm.
Toch raakte het verhaal na verloop van tijd in de vergetelheid. Pas aan het begin van de 21e eeuw begon men weer over deze ongelooflijke prestatie te schrijven en te praten. Sinds 2023 is, op initiatief van Milan Rakočević tijdens het werken aan zijn boek
In het hart van Afrika en met toestemming van regisseur Branko Baletić, de originele film van de expeditie voor het eerst sinds 1975 weer te zien op YouTube.
Auteur: Novica Marković, Zastava 101 ClubDe foto's zijn aan de auteur ter beschikking gesteld uit het persoonlijke archief van Milan Rakočević. De fotografen zijn Mioljub Jelesijević en Milan Rakočević.