Made in..... : een onverwacht land!

Pjotr

Asfaltkampioen
De titel zegt het al, soms worden er in hele onverwachte landen auto's gebouwd, Inmiddels kennen jullie mijn topics over het Oostblok, Noord-Korea en zijn er ook genoeg topics te vinden over modellen die in China & India zijn gebouwd, hoewel dat dit vaak nieuwe modellen zijn.

Maar ook in niet echt bekende landen worden auto's gebouwd, Ik ken iemand uit Madagaskar en zelfs daar wordt een interessant wagentje gebouwd, maar ook de Rovers die in India zijn gebouwd zijn misschien leuk om eens mee te nemen. In India zijn sowieso bijzondere auto's gebouwd, de De Hansa Transporter bijvoorbeeld nog tot in de jaren 80 of 90. EN wat te denken van de Maestro, die zijn leven in Engeland begon, daarna in Bulgarije werd gebouwd, daarna ging de de fabriek naar terug naar Engeland, werden de auto's met sloop (!) onderdelen rechts gestuurd, om daarna uit eindelijk in China gebouwd te worden.

Het zal niet op een hele regelmatige basis dat ik wat plaats, immers wil mijn baas ook graag dat ik af en toe ook wat voor hem doe.

Heb je zelf een leuk verhaaltje of foto, schroom niet en deel het met ons!
 
Gisteren was ik iets aan het zoeken over een NSU (en ZAZ 966) en ik kwam op de een of andere manier dit tegen, en ik ben eens wat gaan zoeken naar meer info. Maak kennis met de lokaal gebouwde NSU uit, Uruguay.

Dit komt van de Belgische site Vroom:

Vergeten model: NSU Uruguay break​

Dit rustieke model werd in 500 exemplaren gebouwd van 1969 tot 1971.
Geschreven door Pierre-Benoit Sepulchre
30 Juni 2023


A233147_medium_AV.jpg

De jongsten onder ons hebben waarschijnlijk nog nooit gehoord van NSU, het Duitse merk waar onder meer de ingenieur Felix Wankel deel van uitmaakte, de geestelijke vader van de wankelmotor. In de lente van 1969 kocht Volkswagen NSU over en fuseerde het met Auto Union tot Audi NSU Auto Union, dat sindsdien Audi AG is geworden.
Onder de talloze modellen die NSU bouwde, was de Uruguay break een van de meest exotische modellen van de familie. Die naam kwam uit Neckarsulm (de Duitse stad waar de hoofdzetel en fabriek van NSU gevestigd waren) en het model werd in 500 exemplaren gebouwd tussen 1969 en 1971 voor de NSU-invoerder in Montevideo.

Rustieke look

De Uruguay break heeft een heel hoekige vorm, bijna alsof hij door een kind met een liniaal is getekend. Een model dat op geen enkele manier overeenkwam met de designtaal van NSU in die tijd. De reden is simpel: de Uruguayaanse invoerder van NSU, Quintanar, begon in 1968 op eigen initiatief met de productie en de verkoop van een break op basis van onderdelen van de NSU Prinz 4 met een tweecilinder. Tegen het einde van het jaar had het bedrijf al 140 exemplaren verkocht!
A233148_medium_AR.jpg

Maar Quintanar wou kunnen rekenen op een krachtigere motor voor zijn break, en dan liefst een viercilinder. Er werd een vergadering vastgelegd in Neckarsulm in mei 1969 om te zien wat mogelijk was. Voor deze meeting werd er een kale carrosserie overgevlogen naar Neckarsulm, waarmee de ingenieurs van NSU vervolgens een prototype bouwden. Het werd al snel duidelijk dat de viercilinder van de NSU Prinz 1000 niet in de motorruimte zou passen zonder grote aanpassingen. Hij paste echter wel in de achterzijde van de auto. De mensen van Quintanar leken geen problemen te hebben met het grote verlies aan laadruimte, noch over de lange lijst aan problemen die de technische ontwikkelingsafdeling van Neckarsulm had opgesomd.
A233149_medium_in.jpg

In Duitsland werd de break geschikt bevonden voor zijn doel, op enkele "gemakkelijk op te lossen problemen" na, waardoor er groen licht werd gegeven voor een serieproductie aan de andere kant van de oceaan. En zo werden er tussen 1969 en 1971 ongeveer 500 breaks gebouwd in de productielijnen in Latijns-Amerika. In 1971 trok NSU zich terug van de Uruguayaanse markt, waarmee het lot van de 'Uruguay' break werd bezegeld. Tegenwoordig maakt het prototype van de NSU P10, het enige dat op de Duitse wegen heeft rondgereden, deel uit van de historische collectie van Audi. Het is ongetwijfeld een van de meest bijzondere modellen in deze collectie, al was het maar omwille van zijn unieke vorm.
 
4Legend heeft er ook over geschreven, maar met veel meer foto's kijk en geniet ook van foto's van modellen die echt in gebruik zijn (geweest)

NSU Uruguay P6 & P10 – NSU-modellen gemaakt in Uruguay, geproduceerd van 1969 tot 1971.​

Datum:19 januari 2020


nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-020.jpg

In 1969 ontwikkelden Nordex en Quintanar speciaal voor de Uruguayaanse markt een driedeurs stationwagen met onderdelen en motoren van de Duitse autofabrikant NSU. Tussen 1969 en 1971 werden twee modellen ontworpen en op de markt gebracht: de P6 (Prinz 6) met een 600cc NSU-motor en grote zijruiten, en de P10 (Prinz 10) met een 1000cc NSU-motor en drie grote zijruiten.
NSU produceerde geen stationwagons, alleen motorfietsen, sedans, coupés en cabriolets. Er werd echter wel degelijk een NSU-stationwagon in kleine aantallen geproduceerd in Uruguay (Zuid-Amerika) door het bedrijf Nordex, dat in 1963 begon met de assemblage van NSU Prinz-modellen met behulp van bouwpakketten uit West-Duitsland.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-022.jpg

De oorsprong van het project ligt in het NSU Uruguay-prototype uit 1969.
Uruguay heeft een boeiende automobielgeschiedenis, die begon met de lokale productie onder licentie van enkele modellen van verschillende merken zoals Renault, Citroën en NSU.
Er waren geen lokale automerken en voertuigkits werden per boot vanuit Europa en de Verenigde Staten naar het gebied vervoerd voor assemblage en verkoop.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-012.jpg

Het begon allemaal begin mei 1969. Jorge Soler en Nelson Guelfi zaten in een vliegtuig van Montevideo, Uruguay, naar Frankfurt. De twee mannen waren vertegenwoordigers van Quintanar, een bedrijf dat NSU-onderdelen importeerde in Zuid-Amerika. Ze waren tevens experts in de modellen van de Duitse fabrikant. Deze onderdelen werden vervolgens gemonteerd op een zelfdragend chassis (een primeur in Uruguay) dat lokaal werd vervaardigd door carrosseriebouwer Nordex, een in Uruguay gemaakte NSU Prinz 4, die de naam NSU P4 kreeg.
Tijdens een bezoek aan NSU in Neckarsulm presenteerden Jorge Soler en Nelson Guelfi hun nieuwste creatie: een stationwagen uitgerust met NSU 1000-technologie. Ze hadden het prototype, gedemonteerd, vóór hun bezoek naar Zwaben verscheept. Om de transportkosten te drukken, werden de originele NSU-onderdelen aanvankelijk in Duitsland geassembleerd. Op 5 mei 1969 was het "Uruguayaanse voertuig"—zoals het intern bij NSU werd genoemd—klaar voor de testritten.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-008.jpg

Deze nieuwe stationwagen was geen succes qua design en voldeed bij lange na niet aan de gebruikelijke normen van NSU: de carrosserievorm is ongebruikelijk en oogt over het algemeen weinig aantrekkelijk. De Uruguayaanse ontwerpers lijken zich aan een strikt reglement te hebben gehouden, te oordelen naar het aantal rechte lijnen en hoeken. Alleen de koplampen en achterlichten zijn rond.
De NSU Uruguay biedt een aantal interessante kenmerken: de afwezigheid van een grille, wat overbodig is gezien de achterin geplaatste motor. Ook zijn er ventilatieopeningen in de achterspatborden aanwezig om de motor van verse lucht te voorzien. Alleen de dubbele koplampen en achterlichten verraden de verwantschap met Europese NSU-modellen.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-010.jpg

De NSU-motor is geen boxermotor zoals die van de VW 1600 Variant stationwagen. In Uruguay heeft de NSU Uruguay P10 een 1000cc viercilinder lijnmotor, waardoor de bagageruimte achterin aanzienlijk kleiner is. De kofferbak bevindt zich voorin en biedt een behoorlijke inhoud.
Na de tests van NSU in Neckarsulm was de eerste indruk, wat betreft het rijgedrag, positief. Volgens een interne memo van 7 mei 1969 hadden de hoofdontwikkelaars van NSU, Hans-Gerd Wenderoth en Ewald Praxl, ook externe experts geraadpleegd voor een fundamentele evaluatie van de auto. Na uitgebreide tests was de lijst met tekortkomingen behoorlijk lang, waaronder onvoldoende comfort, slechte lasnaden en ontoereikende geluidsisolatie.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-011.jpg

Deze negatieve punten zouden gemakkelijk opgelost kunnen worden, zonder de productie van dit exotische model, dat alleen voor Uruguay bestemd is en niet voor de Europese en Duitse markt, te blokkeren.
Dit prototype, dat eigendom is van Audi Tradition en in Neckarsulm staat opgeslagen, is de eerste en enige NSU Uruguay-auto die ooit op Duitse wegen heeft gereden.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-031.jpg

Beperkte productie van 1969 tot 1971:
Jorge Soler en Nelson Guelfi, beiden Uruguayanen, kregen van NSU toestemming om de stationwagen vanaf 1969 in kleine series voor de lokale markt te produceren. Bijna 500 gezinsauto's rolden van de productielijn van Nordex – onder de naam "NSU P6" met een luchtgekoelde tweecilindermotor van 600 cc (de 6 verwijst naar 600) en onder de naam "NSU P10" met een luchtgekoelde viercilindermotor van 1000 cc (de 10 verwijst naar 1000) en een 21 cm langere wielbasis. Naar schatting zijn er ongeveer 400 exemplaren van de NSU P6 en circa 100 van de P10 geproduceerd.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-006.jpg

De productie eindigde in 1971, nadat NSU zich om financiële redenen terugtrok van de gehele Zuid-Amerikaanse markt. Hoewel er daarna geen opvolger verscheen, bracht Volkswagen een eerbetoon aan het model. Nadat NSU door Volkswagen was overgenomen, baseerde VW zich grotendeels op het ontwerp van de NSU P10 om een nieuw model te creëren, exclusief voor de Braziliaanse markt, dat in 1973 werd gelanceerd: de Volkswagen Brasilia.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-032.jpg

Er zijn nog enkele exemplaren overgebleven in Uruguay.
Het bedrijf Quintanar bestaat niet meer en Jorge Soler en Nelson Guelfi zijn overleden. Desondanks rijden er nog steeds een paar NSU P6'en en NSU P10's rond dankzij een groep lokale liefhebbers ( Amigos del NSU ), met name Nelson Fuentes.
Van 1967 tot 1975 was hij monteur bij de importeur van NSU-onderdelen, waar hij uitgebreide ervaring opdeed met deze NSU-modellen. Volgens hem zijn de in Uruguay geproduceerde NSU's goede auto's die gemakkelijk te repareren zijn.
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-005.jpg

In zijn plaatselijke werkplaats repareert de 80-jarige man zo nu en dan de auto's van zijn vrienden. Sterker nog, er staan altijd een P6 en een P10 in zijn werkplaats.
Het bedrijf Nordex SA bestaat nog steeds en produceert bestelwagens van Mahindra voor India, sedans van Peugeot, vrachtwagens van Renault en zelfs sedans van Geely voor de Chinese markt.
Foto's: 4Legend.com / Audi / DR
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-001.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-002.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-003.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-004.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-007.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-009.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-013.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-019.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-021.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-024.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-025.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-026.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-027.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-028.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-029.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-030.jpg
nsu-uruguay-p6-P10-1969-1971-033.jpg
 
Die foto's op de paternosterlift zijn genomen in Museum Mobile in Ingolstadt. Gaaf dat Audi er zelf ook een heeft.
Leuk he?

Het heeft er totaal niets mee te maken, maar misschien vind je het leuk om te horen (ehm lezen), jij bent ook wel een VAG-fan.


Deze is nu aan een particulier verkocht en heeft nu een Duits kenteken.

En, hoewel ik eigenlijk het volgende in een PB moet zetten, zet ik het lekker hier neer:

Bedankt dat je altijd mijn epistels leest en liked en er op reageert. MAAR VOORAL
Het is fijn dat in de tijd van alle ellende die je op het nieuws ziet, er gewoon forummers zijn die positief op dingen reageren, die vriendelijk zijn, dat is echt heel fijn vind ik!
 
Dat is toch de Chinese Mercedes Ponton?

En jij neemt de moeite om dingen uit te zoeken, te vertalen, hier op het forum te plaatsen... en het zijn interessante dingen ook, dus dan is het heel normaal om even te reageren lijkt me.
Eens, maar ook over andere berichten en ook over spots, je bent gewoon een fijne Forummer, en ik wou dat graag gezegd hebben.
 
Mooi verhaal weer. Deze kende ik toevallig al wel maar ik leer vaak genoeg bij in deze topics. NSU was aardig actief (of eingelijk was de lokale tak erg actief) in verschillende Zuid-Amerikaanse landen.

Wist je dat Alpine heel wat productie licenties verkocht heeft in verschillende landen? De A110 is (soms onder een andere merknaam) op heel veel plekken in de wereld gebouwd. Of misschien noem ik nu iets wat al op je planning stond?
 
Mooi verhaal weer. Deze kende ik toevallig al wel maar ik leer vaak genoeg bij in deze topics. NSU was aardig actief (of eingelijk was de lokale tak erg actief) in verschillende Zuid-Amerikaanse landen.

Wist je dat Alpine heel wat productie licenties verkocht heeft in verschillende landen? De A110 is (soms onder een andere merknaam) op heel veel plekken in de wereld gebouwd. Of misschien noem ik nu iets wat al op je planning stond?
Echt, ik zou (en dan klinkt stom) zeggen, vertel :)

Ik vond dit echt een leuk verhaal, en ik dacht ik moet het delen. We hebben het vaak alleen maar meer over verzekeringen en leaseauto's, daar heb ik geen verstand van, maar van dit soort onzin wel.

Leuk dat ik een wijs man, als jou, ook wat kan leren. (oh dit klonk in mijn hoofd minder stom dan het misschien overkomt)
 
'Overzees gebouwde auto's' zijn een klein subthema in mijn modelautoverzameling. Een onderwerp wat me behoorlijk bezighoudt, omdat er zoveel aparts is gebouwd. Zoals de Renault 5 uit Iran, de Peugeot 504 die het in Argentinië nog tot bijna de 21ste eeuw heeft gehaald, de Volkswagen op Ford Escort-basis uit Brazilië, de Argentijnse Ford Taunus TC3 coupé...
 
Laatst bewerkt:
Wat een leuk topic @Pjotr! Weer iets geleerd. Ik wist hier niets van, maar vind het wel leuk om iets nieuws te lezen/leren.
Dank daarvoor!
 
Mooi verhaal weer. Deze kende ik toevallig al wel maar ik leer vaak genoeg bij in deze topics. NSU was aardig actief (of eingelijk was de lokale tak erg actief) in verschillende Zuid-Amerikaanse landen.

Wist je dat Alpine heel wat productie licenties verkocht heeft in verschillende landen? De A110 is (soms onder een andere merknaam) op heel veel plekken in de wereld gebouwd. Of misschien noem ik nu iets wat al op je planning stond?

Ik moest ook meteen aan de Dinalpin en Bulgaralpine denken. Ik zal een en ander eenst opfrissen en hier later posten (jij mag het uiteraard ook doen Engineer2 als je de gegevens paraat hebt)
 
Interessant. Achterkantje met die lampen doet me denken aan een oude... misschien Citroën? Welke was het ook alweer?

Ik vind deze ook altijd wel leuk. Ik ben vaak in Tsjechië en heb zodoende een interesse ontwikkeld voor Tsjechische auto's. Daarom presenteer ik u, de enige in Nieuw Zeeland ontwikkelde en gebouwde auto, de Trekka:

Martin-Trekka-Trekka-003.jpg


Want dit is een in NZ ontwikkelde auto op basis van de Škoda Octavia.

Ook leuk is de Skopak. Een in Pakistan ontwikkelde pick-up wederom op basis van een Škoda Octavia. Het zou me verbazen als er van de 1400 geproduceerde auto's nog exemplaren bestaan. Geen recente foto's te vinden.

01---skopak-soft-top-668bda1027b47.jpg



Een auto die met wat moeite nog wel te vinden is, is de Škoda 1202 Kamyonet uit Turkije. Zoals de naam al doet vermoeden, ditmaal op basis van de 1202.

0


7372620.jpg
 
Wat een leuk topic!
Die NSU Uruguay break is leuk, de flank is best mooi. Aar de neus en kont zijn echt vreselijk!
 
Heb je zelf een leuk verhaaltje of foto, schroom niet en deel het met ons!

Misschien, wie heeft er wel eens gehoord van de clandestien in Uruguay geproduceerde Panhard, en vooral ook hoe dat gegaan is? "Leen" een auto van een klant, demonteer hem helemaal om hem te kunnen kopieren, klant denkt "wat duurt het lang", gaat op zoek en vindt z'n auto in onderdelen terug in een of ander fabriekje:D

m het project uit te voeren was het, naast de logische autorisatie, essentieel om een nul kilometer lange auto te hebben om het polyester spuitgietstuk op dat voertuig te bouwen, dat nodig was om later de nationale plastic carrosserieën te vervaardigen. De weigering was bot.

Heber Buoncristiano, CEO van het nationale bedrijf, keerde vastbesloten terug om hardnekkig door te gaan met zijn idee, waarbij hij de Franse orde negeerde. Daartoe bracht het het hele team van medewerkers samen om samen de strategieën te analyseren die inherent zijn aan het project.

Het werd ondersteund door vier pijlers. De eerste pijler was zijn eigen grenzeloze vasthoudendheid. De volgende twee pijlers waren twee goochelaars die hij in het bedrijf had, de ene was de glasvezel expert matrijzenmaker (Juan Micolinni uit Córdoba) en de andere, ook een deskundige matrijzenmaker en opmerkelijke bodybuilder gespecialiseerd in metalen constructies (Aroldo Castro); beide, auteurs van verschillende eerstelijns werken, uitgevoerd voor de nationale auto-industrie.

De vierde pijler was het minst voorspelbaar: een leraar aan het Franse Lyceum, die een Franse Panhard CT 24 had, met Frans kenteken en zo; Deze, een klant van het bedrijf en een nietsvermoedende donor, voerde regelmatig onderhoudsdiensten uit aan zijn auto in dienst van het merk; hij was dus niet verrast toen de ambtenaar van de administratieve dienst hem belde om hem eraan te herinneren dat er de komende dagen nog een datum zou zijn om de diensten op zijn auto uit te voeren. De leraar, voorzichtig en gehoorzaam, ging de volgende ochtend vroeg CT 24 de werkplaats in. De taak kon niet langer dan een ochtend duren.

Van zijn kant belde Buoncristiano, zodra hij in de auto stapte, de werkplaatsmanager en zei tegen hem: «Probeer deze auto en kom terug met een mechanische storing, van zo'n omvang dat de reparatie ervan tien of vijftien dagen duurt». De gehoorzame voorman vertrok met de auto en naar Bvar. Artigas raakte hem, ter hoogte van de Golf (waar de veters erg hoog zijn) in Montevideo, met zo'n vetersluiting dat hij een CV-verbinding en de aspunt brak.

Toen de gewonde auto eenmaal naar de werkplaats was gesleept, belde een “concerned” Buoncristiano de professor om hem het slechte nieuws te vertellen en zich te verontschuldigen voor het incident. De verklaring ging min of meer als volgt: “De voorman ging naar buiten om zijn auto te testen en midden op straat raakte hij, terwijl hij een hond probeerde te ontwijken, een cordon, met zoveel pech dat hij een aspunt brak en de CV-verbinding...”.

Omdat er geen voorraad van deze reserveonderdelen was, zou het nodig zijn deze uit Frankrijk te halen en zouden ze per vliegtuig aankomen; over een week, dag meer, dag minder. De begripvolle professor accepteerde het, als een heer.

Zonder tijd te verspillen, implementeerden ze in een hoek van de werkplaats een behuizing met schermen en een zeildoek om het project voor nieuwsgierige ogen te verbergen; en op bevel van Buoncristiano ging al het beschikbare personeel verder met het zorgvuldig demonteren van de auto, om het volledige spuitgieten van de toekomstige carrosserie te bouwen, zoals gepland.

Een lange week na de gebeurtenissen raadpleegde de professor telefonisch over het nieuws over zijn auto en kreeg te horen dat er nog steeds geen nieuws was over de reserveonderdelen. In de daaropvolgende dagen deed hij een paar vragen en kreeg hetzelfde antwoord. Ten slotte werd er iets ongerusts vastgesteld in de kantoren van het bedrijf. Die keer slaagde Buoncristiano er met verschillende koffiesoorten en een vriendelijk gesprek opnieuw in hem ervan te weerhouden en opende de man een nieuwe wachtperiode.

Op een dag verloor hij definitief zijn geduld en richtte zijn stappen naar de werkplaats, klaar om zijn twijfels weg te nemen. Om dit te doen, sloop hij, in plaats van via de receptie binnen te komen, door de ingang van de werkplaats zonder dat iemand het merkte, en begon tevergeefs naar zijn auto te zoeken; Zonder het op te geven liep hij rond totdat hij uiteindelijk besloot de merkwaardige geïmproviseerde hut te onderzoeken met de schermen en het canvas waaruit geluiden van werkende mensen naar buiten kwamen. Sommigen van degenen die daar op dat moment waren, toen de persoon de plaats binnenkwam en zijn auto volledig gestript zag, vertelden me dat ze vreesden dat de man dood zou vallen door de impact en het gevecht.

Maar het bloed bereikte de rivier niet. Buoncristiano nam (opnieuw) de controle over de situatie over en slaagde erin de arme man te kalmeren. Het lijkt erop dat hij hem zijn eigen auto heeft gegeven om te gebruiken totdat zijn CT was teruggegeven en maand na maand minder, de dingen terugkeerden naar hun rijstroken, de Fransman met zijn CT 24 (veilig en gezond) en Buoncristiano met zijn nationale CT 24-project in werkelijkheid omgebouwd.

https://www.retrovisiones.com/2012/07/el-panhard-ct24-uruguayo/

folletopanhard24ct.jpg
 

Karenjy: de enige autofabrikant van Madagaskar​

Afrikaans nieuws
IJstijd
Bericht aangemaakt30 mei 2024
Bekeken in 1756
W0

Madagascar, bekend om zijn unieke biodiversiteit en adembenemende landschappen, kent een onwaarschijnlijk verhaal in de auto-industrie. Op het eiland voor de zuidoostkust van Afrika ligt Karenjy, de enige inheemse autofabrikant van Madagascar. Dit artikel duikt in de fascinerende geschiedenis en het erfgoed van Karenjy en belicht de bijdragen van het bedrijf aan de auto-industrie van Madagascar en de blijvende aantrekkingskracht van zijn kenmerkende voertuigen.

Inleiding: Het verhaal van Karenjy
Karenjy werd in de jaren 80 opgericht door een groep Malagassische ingenieurs en ondernemers met als missie het ontwikkelen van lokaal geproduceerde voertuigen die waren afgestemd op de specifieke behoeften en omstandigheden van Madagaskar. Ondanks talrijke uitdagingen, waaronder beperkte middelen en technologische beperkingen, hield Karenjy vol en wist het zich uiteindelijk te vestigen als een symbool van nationale trots en vindingrijkheid.

De geboorte van de automobielindustrie van Madagaskar
De oorsprong van Karenjy is terug te voeren op het streven van Madagaskar naar zelfvoorziening en onafhankelijkheid in de automobielsector. Vóór de oprichting van Karenjy was Madagaskar sterk afhankelijk van geïmporteerde voertuigen, die vaak ongeschikt bleken voor het ruige terrein en de afgelegen gemeenschappen van het land. Karenjy erkende de behoefte aan voertuigen die ontworpen en geproduceerd waren met de unieke context van Madagaskar in gedachten en besloot dit gat in de markt op te vullen.

Innovatieve ontwerpen en inheemse techniek
Een van de kenmerken van de voertuigen van Karenjy is hun innovatieve ontwerp en de toepassing van lokale technische oplossingen. Geïnspireerd door lokaal vakmanschap en materialen, ontwikkelden de ingenieurs van Karenjy robuuste en aanpasbare voertuigen die geschikt zijn voor de diverse landschappen van Madagaskar, van dichte regenwouden tot droge savannes. Het resultaat is een reeks voertuigen die zijn afgestemd op de behoeften van boeren, handelaren en avonturiers.

De Karenjy-lijn: van de Karenjy tot de Mamy
In de loop der jaren heeft Karenjy verschillende modellen aan zijn assortiment toegevoegd, elk met zijn eigen unieke kenmerken en mogelijkheden. De iconische Karenjy, het vlaggenschipmodel van het bedrijf, is een veelzijdig bedrijfsvoertuig dat bekendstaat om zijn robuustheid en betrouwbaarheid. Voortbouwend op het succes van de Karenjy introduceerde het bedrijf later de Mamy, een groter en krachtiger voertuig dat is ontworpen voor het vervoer van passagiers en vracht over lange afstanden.

Uitdagingen en successen: navigeren door het automobiellandschap
Ondanks de behaalde successen heeft Karenjy de nodige uitdagingen gekend, waaronder economische instabiliteit, concurrentie van geïmporteerde voertuigen en beperkte toegang tot kapitaal en middelen. Door volharding, innovatie en een diepe toewijding aan haar missie heeft Karenjy deze obstakels echter overwonnen en een reputatie opgebouwd als een veerkrachtige en vindingrijke speler in de automobielsector van Madagaskar.

Een nalatenschap bewaren: de blijvende aantrekkingskracht van Karenjy
Ook vandaag de dag neemt Karenjy nog steeds een speciale plaats in in de harten van de Malagassische bevolking, die het bedrijf beschouwt als een symbool van nationale trots en veerkracht. Hoewel de auto-industrie in Madagaskar in de loop der jaren is geëvolueerd met de introductie van nieuwe technologieën en internationale merken, blijft Karenjy een geliefde en gewaardeerde instelling, die haar erfgoed als de enige autofabrikant van Madagaskar in stand houdt.

Conclusie: Een ode aan het automobiele erfgoed van Madagaskar
Kortom, Karenjy is een toonbeeld van de innovatiekracht, veerkracht en vindingrijkheid van Madagaskar. Van een bescheiden begin tot de status als enige inheemse autofabrikant van Madagaskar, heeft Karenjy een onuitwisbare indruk achtergelaten op de automobielsector van het land. Nu Madagaskar naar de toekomst kijkt, dient de nalatenschap van Karenjy als een herinnering aan de kracht van lokaal ondernemerschap, samenwerking binnen de gemeenschap en de blijvende aantrekkingskracht van innovatie van eigen bodem.
 

De opkomst van lokale productie: een diepgaande blik op de Mazana II van Karenjy in Madagaskar​

Afrikaans nieuws
IJstijd
Bericht aangemaakt14 december 2024
Bekeken 331 keer
Screenshot 2024 12 14 115250

Madagascar, een eiland dat bekendstaat om zijn unieke biodiversiteit en diverse landschappen, beleeft een heropleving in de automobielsector dankzij Karenjy , de eerste autofabrikant van het land. Sinds de herlancering heeft Karenjy zich gevestigd als een belangrijke speler in de lokale productie, met als vlaggenschipmodel de Mazana II . Dit artikel onderzoekt de opkomst van de lokale productie in Madagascar en de impact van de Mazana II op de automobielindustrie.

Geschiedenis van Karenjy

Karenjy werd in 1984 opgericht door het Malagassische Instituut voor Innovatie (IMI) met als doel een lokale auto-industrie te ontwikkelen die kon voldoen aan de specifieke behoeften van de Malagassische bevolking. Na een periode van inactiviteit als gevolg van politieke onrust in de jaren negentig, werd het bedrijf in 2009 heropgericht dankzij een initiatief van Le Relais, een Franse ontwikkelingsorganisatie. Sindsdien heeft Karenjy zich gericht op de productie van voertuigen die zijn aangepast aan de lokale omstandigheden.

De Mazana II: een voertuig aangepast aan de Malagassische realiteit.

De Mazana II, gelanceerd in 2014 en verkrijgbaar vanaf 2016, is een terreinwagen die speciaal is ontworpen voor de vaak uitdagende wegen van Madagaskar. Aangedreven door een 4-cilindermotor van Peugeot Citroën, kan de Mazana II een topsnelheid van 150 km/u bereiken, hoewel deze snelheid door de slechte wegomstandigheden zelden wordt gehaald. Dit voertuig onderscheidt zich door zijn robuustheid en zijn vermogen om gevarieerd terrein te bedwingen, waardoor het een ideale keuze is voor Malagassische bestuurders.

Handgemaakt en met lokale medewerkers.

Elk Karenjy-voertuig wordt met de hand vervaardigd in de fabriek in Fianarantsoa. Ongeveer 70 medewerkers werken er en produceren zo'n drie auto's per maand. Deze ambachtelijke aanpak garandeert niet alleen een hoge kwaliteit, maar ondersteunt ook de lokale economie door werkgelegenheid in de regio te creëren. De carrosserieën zijn gemaakt van glasvezel en polyester, terwijl de stoelen ook ter plaatse worden vervaardigd.

Uitdagingen en toekomstperspectieven

Ondanks het groeiende succes staat Karenjy voor een aantal uitdagingen. De concurrentie van geïmporteerde occasions blijft sterk op de Malagassische markt. Het merk positioneert zich echter in een nichemarkt door nieuwe voertuigen aan te bieden met een garantie van één jaar of tot 100.000 km. De prijs van een Mazana II varieert momenteel van € 4.800 tot € 6.800, wat hoog lijkt in vergelijking met occasions. Karenjy is van plan de productie de komende jaren te verhogen tot 200 voertuigen per jaar. Deze uitbreiding zou het bedrijf niet alleen in staat stellen om aan de groeiende lokale vraag te voldoen, maar ook om potentiële export naar andere Afrikaanse markten te overwegen.

Conclusie

De opkomst van Karenjy en de Mazana II markeert een belangrijk keerpunt voor de Malagassische auto-industrie. Door zich te richten op lokale productie en in te spelen op de specifieke behoeften van de Malagassische consument, draagt Karenjy niet alleen bij aan de economische ontwikkeling van het land, maar versterkt het ook het nationale identiteitsgevoel. Naarmate Madagaskar zich verder ontwikkelt, zou het succes van Karenjy wel eens een inspiratiebron kunnen zijn voor soortgelijke initiatieven in diverse sectoren.
 
Ik ga nog even door, want naast de 2 modellen is er blijkbaar ook een Pickup...

De Franse Wikipedia schrijft het het volgende:
Karenjy is een Malagassische autofabrikant gevestigd in Fianarantsoa . Het bedrijf produceerde voertuigen tussen 1987 en 1992 , en vervolgens opnieuw vanaf 2010 , ditmaal met de hulp van de sociaal-economische onderneming Le Relais Madagasikara .

Geschiedenis​

De Karenjy-auto's werden in de jaren 80, tijdens het presidentschap van Ratsiraka , ontwikkeld door het IMI (Malagassisch Instituut voor Innovatie). Deze socialistische periode, bekend als de "investeringshausse", had als doel producten te ontwerpen die vervolgens in de provincies in productie zouden worden genomen. Zo ontstonden de volgende modellen:

  • in Mananjary , de scheepswerf van ACN
  • in Fianarantsoa produceert Fiarafy Karenjy-auto's
  • het beroemde Hitsikitsika- vliegtuig
  • beheer van het Pangalanes-kanaal
Van 1985 tot 1990 werden er minder dan honderd Karenjy-auto's geproduceerd. De productie werd in 1993 stopgezet tijdens de overgangsperiode van Ratsiraka naar Zafy, waarna de fabriek onder juridisch toezicht werd geplaatst en vijftien jaar lang stil lag voordat Le Relais voorstelde de productie te hervatten.

De fabriek produceerde in 1989 zelfs een pausmobiel voor het bezoek van Johannes Paulus II aan Fianarantsoa , een uniek stuk dat nog steeds in Fianarantsoa te bewonderen is .

De fabriek heeft in 2019 een pausmobiel gereproduceerd voor het bezoek van paus Franciscus aan Fianarantsoa

Modellen​

De MAZANA II - Versie 2016​


Een conceptauto , genaamd MAZANA II, is sinds 2012 in ontwikkeling en is sinds die tijd commercieel verkrijgbaar.November 2016.

De productie begon inJanuari 2016 .

MAZANAII - Wit prototype & blauwe pre-serie

Het is een robuust voertuig aangepast aan de Afrikaanse omstandigheden. De DV6C 110HP HDI-motor is aangepast aan de tropische omstandigheden, waarbij problemen met betrekking tot het gebruik van brandstoffen van slechte kwaliteit, multiplexing, koeling en filtratie zijn aangepak .

Het chassis bestaat uit twee gelaste stalen langsliggers.

De carrosserie is gemaakt van polyesterglasvezel .

Deze auto is een van de weinige auto's die in Afrika ontworpen en geproduceerd zijn. Hij is primair bedoeld voor de Malagassische en aangrenzende Afrikaanse markten .

De oude wagens- versie uit 1985​


Mazana prototype met motor voorin

De Mazana 4x4​

De Mazana (D2000) is een 4x4-model gebouwd op het platform van de Renault R18 4x4 Diesel. Hij bestaat uit een chassis met een centrale as en een carrosserie van glasvezel. Er bestaat ook een 2x4-versie met een benzinemotor, de Iraka (E1400).


Karenjy Mazana

Van de modellen Mazana en Iraka zijn circa veertig exemplaren geproduceerd. De productie is nu voltooid. Technische specificaties van het MAZANA-model:

  • Motor : R 18 – Diesel 2068 cc , 67 pk bij 4500 tpm
  • BV: 5 snelheden+R
  • Carrosserie: Polyesterlaminaat, in de massa geverfd glasvezel
  • Brandstof: Diesel 45 liter
  • Luchtband: 13 inch ( 33,02 cm )

De Faoka​

De E1100 is een 2x4-model gebouwd op een Renault Express- platform . Dit zuinige model is verkrijgbaar in twee chassislengtes, kort of lang, en in verschillende uitvoeringen:

  • Faoka: gesloten bestelwagen of bestelwagen met vast dak
  • Kalesa: cabriolet - Een prototype geproduceerd
  • Jejo: een kleine stadsauto ontworpen als taxi - Een prototype geproduceerd
Karenjy Faoka

Alleen de Faoka werd geproduceerd, met zes exemplaren die in de jaren negentig werden gefabriceerd. De Faoka is sinds 2013 weer in productie, gebaseerd op het originele ontwerp, in de LANJA-versie. Technische specificaties van het Faoka-model:

  • Motor: Renault Express 1108 cc , 47 pk
  • BV: 4 snelheden + R-
  • Carrosserie van polyester-glasvezellaminaat
  • Brandstof: Benzine – 60 liter
  • Banden: 13 inch – 155/80-
  • Opties: Kleuren - Hardtop - Canvas - 2/5 zitplaatsen
Dit zijn nieuwe foto's:
s727078908517165717_p770_i7_w1690.jpeg


s727078908517165717_p770_i12_w1000.jpeg


s727078908517165717_p770_i1_w1806.jpeg


s727078908517165717_p770_i18_w1858.jpeg


En krijg je nu niet genoeg, kijk dan eens op de website van de fabrikant:
Link naar de fabrikant
 
Nooit van gehoord, maar leuk verhaal en op he eerste gezicht sympathiek merk! Zou wat zijn om er eentje in te voeren en op EMWalhalla neer te zetten :)
 
Leuk he?

Het heeft er totaal niets mee te maken, maar misschien vind je het leuk om te horen (ehm lezen), jij bent ook wel een VAG-fan.


Deze is nu aan een particulier verkocht en heeft nu een Duits kenteken.

En, hoewel ik eigenlijk het volgende in een PB moet zetten, zet ik het lekker hier neer:

Bedankt dat je altijd mijn epistels leest en liked en er op reageert. MAAR VOORAL
Het is fijn dat in de tijd van alle ellende die je op het nieuws ziet, er gewoon forummers zijn die positief op dingen reageren, die vriendelijk zijn, dat is echt heel fijn vind ik!
In Argentinië staat een auto fabriek ( Savoya cars) die ook hele leuke auto's maakt, o.a de Argentijnse eend.
 
Leuke verhalen om te lezen zo! Je leert nog eens wat bij. Twee kleine bijdragen die ik op reis tegenkwam en mij zo gauw te binnen schoten. Dat merken als Ford, Fiat, Chevrolet etc. overal wel modellen hebben ontworpen en geproduceerd zal bekend zijn, dus die laat ik even liggen.


Thairung Transformer
Thailand staat bekend om vele dingen maar niet om auto's. Wij kregen ergens achteraf een lift van de jungle terug naar het hotel in deze auto. Volgens het internet is het een Thairung Transformer (coole naam), en is Thairung de enige autofabrikant van Thailand. Ooit begonnen in het assembleren van enkele Japanse merken maar sinds eind jaren '90 ook actief in de verkoop van zelf ontworpen modellen. In deze 4x4 herken ik elementen van een hele hoop merken. Hij is comfortabeler dan ik verwacht had.



1970-71 IKA Torino
Wellicht iets bekender. Ergens in Buenos Aires stuitte ik op deze auto, waar Renault op stond. An sich is dat niet heel gek, Renaults zijn daar populair en Dacia's heten er ook Renault. Dit was echter een IKA-Renault en die heb ik er ook daar maar een gezien. Ik spreek net genoeg Spaans om van een Argentijn die hem ook stond te bewonderen zijn schatting van het bouwjaar te horen en te leren dat het daar een geliefd model is, omdat het de eerste volledig in Argentinië ontwikkelde auto was. Prachtig, dat zeker.
 
Mooi bericht @afentoe ! LEUK

Ik kwam vandaag nog wet leuks tegen. Wartburgs uit... Argentinië Er is weinig over te vinden, dus ik citeer Wikpedia, het begon met de Justicialista.


De Justicialista was een serie auto's die tussen 1953 en 1955 in Argentinië werden geproduceerd door de Staatsindustrie voor Luchtvaart en Mechanische Industrie (IAME), tijdens de tweede regering van president Juan Domingo Perón .
In 1953 stelde brigadier Juan Ignacio San Martín , hoofd van IAME, aan president Juan Domingo Perón voor om auto's te gaan produceren. Dit om optimaal gebruik te maken van de metaalbewerkingsfaciliteiten van IAME.

Om de ontwikkeltijd te verkorten, werden een Wartburg 311 personenauto en een DKW stationwagen geïmporteerd en hun technologie aangepast. Oorspronkelijk was de motor een driecilinder met een laag vermogen, wat onvoldoende bleek voor de sedan. Ingenieur Raúl Magallanes stelde vervolgens een tweetaktmotor met U-vormige cilinders voor, een oplossing die de Oostenrijkse fabrikant Puch ook gebruikte in zijn 125cc- en 250cc-motoren.

Buenos_Aires_-_Autom%C3%B3vil_Sed%C3%A1n_Justicialista.jpeg


De motor van Magellan was volledig origineel, maar had vier cilinders, twee verbrandingskamers en een cilinderinhoud van 800 cc en werd M-800 genoemd.

De carrosserie was geïnspireerd op de Chevrolet 51 , en de luchtvaartontwerpers van IAME gaven het zijn kenmerkende uiterlijk.

Voor de sportwagens werd een gloednieuwe technologie van glasvezelversterkt plastic ( polyester ) toegepast om het gewicht te verminderen, geschat op 850 kg. Argentinië werd daarmee het derde land ter wereld dat dit materiaal gebruikte: Sidney Herbert Allard, een Britse fabrikant van sportwagens, was de eerste die deze technologie in 1937 gebruikte, en General Motors deed dat slechts enkele maanden voor de lancering van de Justicialista met de Chevrolet Corvette.

Na diverse prototypes werd gekozen voor een 2+2 hardtop-versie, wat betekende dat er maximaal vier passagiers in konden plaatsnemen. Er werden slechts 167 exemplaren van dit model geproduceerd voordat het bedrijf gedwongen werd te sluiten.

Een model met dit type carrosserie werd door president Perón aan president Anastasio Somoza García van Nicaragua geschonken en was de enige Justicialista die werd geëxporteerd. De Justicialista Sport verwierf internationale erkenning na zijn tentoonstelling in New York in 1954, waar hij de Grand Prix van Elegantie won op de autoshow in Madison Square Garden.

Imagen102.jpg

Modellen​

  • Justicialista Gran Tourismo
  • Justicialista Gran Sport
  • Justicialista Wartburg pick-up truck
  • Justicialista pick-up truck
  • Justicialista sedan Graciela Wartburg
  • Justicialista Sedan (M800-motor)
  • Rastrojero Pick-up (er werden 50.000 Rastrojero's geproduceerd tussen 1952 en 1969).
  • Gauchita Rural
Er werd ook een gesloten sportwagen gebouwd, een prototype van de serie, die tijdens de militaire coup op de autosalon van Parijs te zien was en nooit meer naar Argentinië is teruggekeerd.

Stopzetting van de productie​

Door de militaire coup van 1955 en decreet nr. 4161 werd de productie stopgezet. Tot dat moment waren er in bijna twee jaar tijd 2300 voertuigen geproduceerd, waaronder pick-ups, bestelwagens en sedans. De nieuwe autoriteiten, aangesteld door de de facto nationale regering, droegen de fabriek over aan de nationale distributeur van Porsche -voertuigen , waarna deze werd omgedoopt tot TERAM (Gespecialiseerde Werkplaatsen voor Auto- en Motorreparaties). De Justicialista werd aangepast: de motor werd naar achteren verplaatst, de voorkant werd veranderd om op de Porsche 356 te lijken , en de auto werd omgedoopt tot Puntero .

Dit is van een oude website:

Eerst Peronist, daarna Graciela

archivodeautos / 14 december 2015
Na de omverwerping van de regering van Juan Domingo Perón in 1955 werd de Justicialista -auto , vervaardigd door IAME (Industrias Aeronáuticas y Mecánicas del Estado), omgedoopt tot Graciela . Het staatsautobedrijf veranderde ook zijn naam in DINFIA (Dirección Nacional de Fabricaciones e Investigaciones Aeronáuticas).
Maar dat was niet de enige verandering, want vanaf 1956 werd de motor van wat nu de Graciela heette , onder licentie geproduceerd door Wartburg in Oost-Duitsland . De Berlijnse Muur stond er nog en de Koude Oorlog was op zijn hoogtepunt. De motor werd onder die naam geproduceerd tot 1961 .
De eerste carrosserie van de Justicialista , geproduceerd tussen 1952 en 1955 , was geïnspireerd op de Chevrolet uit 1951. Maar deze had slechts twee deuren, net als de Graciela uit 1956. In 1962 verscheen echter een nieuw vierdeursmodel , een Wartburg , net als de motor die sinds de oprichting van DINFIA werd gebruikt , en dit model werd bekend als de Graciela W of GW (Graciela-Wartburg).

Deze motor was een driecilinder lijnmotor , vergelijkbaar met die van de Auto Union 1000 S, en werd onder licentie geproduceerd in Argentinië door het bedrijf IASF (Industria Automotriz Santa Fe SA). Hij had een cilinderinhoud van 900 kubieke centimeter en leverde 37 pk bij 4000 toeren per minuut . De cilinderboring was 70 millimeter en de zuigerslag 78 millimeter , met een compressieverhouding van 6,8:1 .

Deze motor was een tweetaktmotor , net als de motor die gebruikt werd in de Justicialista , ontwikkeld door IAME . Er waren twee motoren: een met twee cilinders en een cilinderinhoud van 690 kubieke centimeter , en een andere met 800 kubieke centimeter maar vier cilinders , die alleen in 1955 werd aangeboden .
De Graciela W uit 1962 had een handgeschakelde vierversnellingsbak met achteruit, maar de eerste versnelling was niet gesynchroniseerd . De versnellingspook zat aan de stuurkolom . Hij had ook een vrijloopnaaf , net als de Auto Union 1000 S. De eindoverbrengingsverhouding was 4,857:1 . Het was een voorwielaangedreven auto .
De voorwielophanging was onafhankelijk , met een onderste draagarm en een dwarsgeplaatste bladveer als bovenste draagarm, beide voorzien van hydraulische schokdempers. De achterwielophanging was eveneens onafhankelijk , met langsgeplaatste bladveren en hydraulische schokdempers.
De hydraulische remmen waren trommelremmen op alle vier de wielen . De besturing was een tandheugelbesturing . Het elektrische systeem werkte op 6 volt met een accu van 90 ampère-uur . De motor werd gekoeld door een waterradiator .

De afmetingen van de Graciela W uit 1962 waren als volgt: lengte , 4300 millimeter ; breedte , 1570 millimeter ; hoogte, 1450 millimeter ; wielbasis, 2450 millimeter ; spoorbreedte voor, 1190 millimeter ; en spoorbreedte achter, 1260 millimeter . Het leeggewicht bedroeg 900 kilogram . De bandenmaat was 5.90 x 16 inch . De brandstoftank had een inhoud van 42 liter . De topsnelheid was volgens de fabrieksgegevens 110 kilometer per uur en het brandstofverbruik was 10 kilometer per liter .
De carrosserie was een vierdeurs , in tegenstelling tot de Justicialista en Graciela modellen. Bovendien bood hij plaats aan vijf personen en leek hij niet meer op de oude Chevrolet uit 1951.
Tussen 1962 en 1964 werden er minder dan 650 exemplaren geproduceerd , waarna de productie definitief werd stopgezet en DINFIA zich volledig richtte op de productie van bedrijfswagens. In die jaren, midden jaren zestig, werd alleen de Rastrojero pick-up truck geproduceerd .

Een ander stukje informatie dat ik vond, was dat hij in 1963 399.000 Argentijnse peso's kostte . De Auto Union 1000 S kostte 458.000 , de Fiat 1100 474.000, de Renault Dauphine 359.000 en de Renault Gordini 404.000 . Om je een idee te geven van auto's in een vergelijkbare categorie.

Graciela 1963

Ik kon geen betere foto van de Graciela W vinden, dus heb ik deze uit het tijdschrift Parabrisas , nummer 26 , januari 1963, gehaald . Het is een close-up van dit vrij zeldzame Argentijnse automodel, en ik denk dat veel Argentijnen niet eens van het bestaan ervan afwisten.
Mauricio Uldane, redacteur van Archivo de autos



image22-1.jpg

De sedan werd geproduceerd van 1956 tot 1961. Hij was nu uitgerust met een 901 cc, 27 kW, driecilinder, tweetaktmotor van de Wartburg , die draaide op 4000 tpm. Ook de radiatorgrille werd gewijzigd. Er werden ongeveer 2300 van deze voertuigen geproduceerd.

Graciela W
In 1962 werd de productie volledig omgeschakeld naar de Wartburg 311 uit 1956. De Graciela W was 4300 mm lang en woog 900 kg. De motor bleef ongewijzigd. De productie eindigde in 1964 na slechts 646 exemplaren.

Blijkbaar zijn er in Columbia ook Wartburgs gemaakt, maar daar is nog minder over te vinden. Wel heb ik een site gevonden met andere auto's uit Columbia, en dat is ook best boeiend
 
archivodeautos.blogspot.com is een boeiende site met veel toffe en onbekende wagens (uit Zuid-Amerika) .
Dit bericht komt daar ook vandaan:

Joseso, Argentijnse microauto​


Autoclásica kan eentonig worden voor degenen die er jaar na jaar naartoe gaan. Maar er is altijd wel iets nieuws of bijzonders te ontdekken, zoals een gele Joseso van de Argentijnse Scooter- en Microcarclub (CASYM). Jaren geleden presenteerde Jorge Lizardo een rode Joseso. Nu heeft hij een broertje of zusje dat gered is uit de vergetelheid van de Argentijnse auto-industrie.

Joseso, van voren gezien, toont het embleem met het merk onder de voorruit.

Zoals ik al zei, leverde de laatste editie van Autoclásica 2015 ons een eerste prijs op in de categorie Microcoupé: de gele Joseso, die te zien was op de stand van CASYM. Laten we nu eens wat meer te weten komen over de geschiedenis van deze kleine Argentijnse auto uit de late jaren 50.

Het bedrijf IAMA (Industria Argentina de Micro Automóviles SACIF) deed halverwege de jaren vijftig zijn eerste ervaring op met de assemblage van microauto's. Dit was tijdens de hoogtijdagen van de industriële ontwikkeling onder de eerste Peronistische regering, in het kader van een vijfjarenplan.

Zo begon IAMA met de productie van een kleine Jeep met een Villiers-motor die slechts 8,5 pk leverde en een aluminium carrosserie. Dit prototype diende als basis voor hun eigen experimenten, die vervolgens leidden tot de productie van een auto: de Joseso. Het is vermeldenswaard dat de miniatuur-Jeep ook Joseso werd genoemd.

De Joseso, een microauto, werd in 1959 gepresenteerd tijdens de Internationale Autosalon in Buenos Aires. Deze microauto had een stalen chassis met langsliggers en verstevigende dwarsbalken, en een carrosserie van glasvezelversterkt kunststof (FRP).

Joseso in driekwart profiel, van links naar rechts.

De carrosserie leek op die van de Italiaanse Fiat 600 Multipla, zij het veel kleiner. De tweetakt, eencilindermotor had een cilinderinhoud van 200 kubieke centimeter en leverde 10 pk. Hiermee kon de Joseso een snelheid van ongeveer 85 kilometer per uur bereiken, hoewel de kruissnelheid 65 kilometer per uur bedroeg.

Binnenin bood het plaats aan vier personen en de toegang tot het interieur van de cabine verliep via twee zogenaamde 'suicide doors', waarbij de voorstoelen neergeklapt konden worden om toegang te bieden tot de achterstoelen.

De versnellingsbak had vier versnellingen vooruit plus een achteruit. De voorwielophanging was onafhankelijk en de achterwielophanging was een cantilever-ophanging. De motor was van het motorfietstype en bevond zich achterin, evenals de aandrijflijn.

De motor was een Villiers, geïmporteerd uit Groot-Brittannië, met luchtkoeling. Technisch gezien was het een motorfiets met een carrosserie. Hoewel de gele Joseso op de Autoclásica 2015 geen kentekenplaat had, neem ik aan dat hij volgens de Argentijnse wetgeving wordt beschouwd als een motorfiets met een cabine, net als de Messerschmitt.

Zicht op de achterkant van de Joseso toen deze zich terugtrok na het winnen van de eerste prijs in de categorie Microcoupé.

De afmetingen van de Joseso waren als volgt: lengte, 2.850 millimeter; breedte, 1.460 millimeter; hoogte, 1.460 millimeter; spoorbreedte voor, 1.070 millimeter en spoorbreedte achter, 1.000 millimeter.

Het interieur is spartaans, met alleen de snelheidsmeter als instrument. De microauto was bedoeld als eerste auto voor de arbeidersklasse en werd geproduceerd tussen 1959 en 1960. De productieaantallen variëren van 40 tot 200 exemplaren, afhankelijk van de bron.

In 1959 onthulde de gouverneur van de provincie Santa Cruz het project met veel fanfare, aangezien de fabriek gebouwd zou worden in Río Gallegos, de provinciale hoofdstad. De fabriek werd echter nooit gebouwd en de weinige Joseso-eenheden die geproduceerd werden, kwamen uit de fabriek in Ituizangó, ten westen van Groot-Buenos Aires.

Het ambitieuze plan was om twee fabrieken te bouwen: één in Río Gallegos en de andere in Ituizangó, maar dit bleek niet haalbaar. Waarschijnlijk zijn er slechts de genoemde 40 exemplaren geproduceerd. Momenteel zijn er nog drie bekend: de rode, die eerder op Autoclásica werd gepresenteerd; de gele die dit jaar verscheen; en een derde die momenteel wordt gerestaureerd.

In die jaren stond de Argentijnse auto-industrie nog in de kinderschoenen en probeerden velen tevergeefs te concurreren op een markt die al gedomineerd werd door buitenlandse fabrikanten. De concurrentie was hevig en de lokale markt was te klein om de productiecapaciteit te absorberen. Bovendien moet ook rekening worden gehouden met het veranderende industriebeleid dat door opeenvolgende regeringen werd gevoerd.

Het is zeker reden tot feest dat we weer een Joseso in ons midden hebben, een naam die is afgeleid van de bijnaam van de bouwer, José María Rodríguez. Om u een idee te geven van de doelgroep voor deze microauto: hij kostte 120.000 pesos (Argentijnse valuta) in 1959, wat de helft was van de prijs van een gloednieuwe Fiat 600.

De foto's zijn genomen tijdens de laatste editie van Autoclásica 2015. De foto's van de voorkant en het driekwartprofiel zijn gemaakt op vrijdag 9 oktober, en de foto van de achterkant op maandag 12 oktober, net toen de auto het terrein van de Autoclásica 2015-prijsuitreiking verliet.
 
Ik vond het heel bijzonder dat de 4007 en c-crosser in Japan werden gemaakt en de oudlander vanaf 2008 bij nedcar. Lijkt me sterk dat de 4007 en C-cosser ook voor Japanse markt waren
 
Misschien, wie heeft er wel eens gehoord van de clandestien in Uruguay geproduceerde Panhard, en vooral ook hoe dat gegaan is? "Leen" een auto van een klant, demonteer hem helemaal om hem te kunnen kopieren, klant denkt "wat duurt het lang", gaat op zoek en vindt z'n auto in onderdelen terug in een of ander fabriekje:D



https://www.retrovisiones.com/2012/07/el-panhard-ct24-uruguayo/

folletopanhard24ct.jpg
Fantastisch! Meer info hier.
Ik had weleens foto's gezien van een 24 met plastic bumpers maar het verhaal is prachtig. Liep al snel op niets uit toen de toevoer van motoren stilviel.

 
Ik vond het heel bijzonder dat de 4007 en c-crosser in Japan werden gemaakt en de oudlander vanaf 2008 bij nedcar. Lijkt me sterk dat de 4007 en C-cosser ook voor Japanse markt waren
Niet primair nee al zou het me niet verbazen als ze daar verkocht waren. Maar die modellen gingen gewoon mee naar waar de basis-auto geproduceerd werd (de Outlander) en die zal voor het meerendeel van de productie wel uit Japan komen.
 
Een kort verhaal dan.

De Fiat 124 Spider is afgeleid van een MX-5 en kwam dus ook in Hiroshima van de band. Daarvoor werden motoren vanuit Italie naar Japan verscheept.
De Abarth versie voor de EU markt gingen echter niet direct vanaf Hiroshima naar het land van levering, maar gingen naar Italie om daar afgebouwd te worden voordat ze naar de klanten verstuurd werden. Een aantal Abarth specifieke zaken waren namelijk te verstoren voor de productie in Hiroshima.
Voor leveringen buiten Europa (US en Australië vooral) was het nogal een omweg naar Italie en die gingen dus wel direct. Vandaar dat in die landen Abarth alleen een optie-pakket was (een Fiat 124 Spider Abarth officieel ipv Abarth 124 Spider) en daarbij waren die onderdelen die lastig waren voor Hiroshima dan ook niet aanwezig op die versies.

Nog een verhaaltje maar wat universeler. Er is in de VS een wet (van NHTSA) die beschrijft wie de autofabrikant is, en daarmee ook het chassis nummer beïnvloed. In Zuid-Korea hebben ze die paragraaf ook, en mogelijk ook Brazilie. Verder voor zover ik weet niet. Dat betekent dat in de meeste landen het mogelijk is om te kiezen wie de autofabrikant is.
In het geval van de Fiat Spider zie je dan ook dat in de meeste landen dit officieel een Fiat is (en ook ZFA in het chassisnummer). Omdat de "final assembly" door Mazda gedaan geldt dit niet in de VS. De wet werkt daar zo uit dat het formeel een Mazda is, met het chassinummer "Mazda for Fiat".
Nu is dat bij de Fiat nog enigzins logisch, maar ook een auto die bijvoorbeeld geheel door autofabrikant A ontwikkeld is maar in een fabriek in elkaar gezet wordt van fabrikant B kan dan zo formeel fabrikant B worden. Dat was o.a. bij de Hummer het geval (niet formeel een GM).
 
Terug
Bovenaan