We gaan terug in de tijd voor deze bijzondere samenwerking.
6 november 1958 om precies te zijn, de Salon des Vehicules Industriels in de Porte de Versailles te Parijs.
Citroën presenteert voor het eerst officieel de Citroën 2CV Sahara, u weet wel: die Lelijke Eend met 2 motoren, vierwielaandrijving en extra bodemvrijheid.
Maar natuurlijk is ook de concurrentie aanwezig. Zo ook de top van twee merken die eveneens in de lagere prijsklassen actief zijn. Dan hebben we het over Sir George Harriman van BMC, British Motor Corporation bekend van onder meer de merken Morris en Austin. En over Vittorio Valletta, de grote baas bij Fiat.
En toevallig of niet, die treffen elkaar bij die bijzondere uitvoering van de 2CV. En staan beiden met een mengeling van verbazing, verbijstering en tegelijk bewondering ernaar te kijken.
"Voor het grootste deel met bestaande onderdelen een relatief betaalbare en lichte terreinwaardige auto, wat een idee, dat willen wij ook!" mompelen ze in stereo. En dan worden ze zich bewust van elkaar, en vallen ineens de puzzelstukjes op hun plaats. "Jullie hebben al een betaalbare compacte auto met de motor achterin die de achterwielen aandrijft!" roept de Brit uit. "En jullie al een compacte betaalbare auto met de motor voorin die de voorwielen aandrijft!" vult de Italiaan hem aan. Het eerste zaadje is geplant voor een heel bijzonder project, en ze spreken af elkaar zeer binnenkort opnieuw te treffen in de hotel-lobby om deze ingeving verder door te spreken.
Om een lang verhaal kort te maken, ze worden steeds enthousiaster en besluiten een gezamenlijk team van ingenieurs samen te stellen om uit te werken hoe op basis van de Mini en de 500 - want daar hebben we het natuurlijk over - een directe concurrent voor de 2CV Sahara te ontwikkelen. Maar als die aan de slag gaan dan komen natuurlijk al snel de cultuurverschillen bovendrijven. En moet het ene na het andere compromis gesloten worden.
Alleen al de naam bedenken is een uitdaging. Maar omdat BMC al veel ervaring heeft met badge-engineering, denk alleen al aan de Mini zelf die onder verschillende merken is uitgebracht, besluiten ze daar geen halszaak van te maken en ieder een eigen naam te gaan voeren. Wel spreken ze af geen bestaande merknaam te gebruiken, en dat refereren aan de naam van een grote woestijn - net als bij de 2CV - op zijn plaats is.
Aldus ontstaan de


en de


Na vele vele compromissen komt er een prototype uit dat, zoals wel vaker bij prototypes het geval is, asymmetrisch is. Want waar de voorkant van de Mini en achterkant van de 500 zoveel mogelijk hergebruiken voor de hand lag om de ontwikkeltijd te verkorten omdat die nu eenmaal al perfect op maat waren voor de respectievelijke motoren, bleef de styling van de flanken een belangrijk twistpunt. En dus werd besloten pas op grond van een prototype waarin beide varianten aan één kant waren vormgegeven de knoop door te hakken hoe die flanken vorm te geven.
Zie hier het resultaat:


Zoals je ziet leidden de compromissen tot enkele - ehm - bijzondere oplossingen. Dankzij een Schotse engineer in het Britse team werd bijvoorbeeld een oplossing gevonden voor het twistpunt van de kleur van het interieur, Brits serieus zwart of Italiaans frivool rood: een Schotse ruit waarin beide kleuren volkomen natuurlijk samenkwamen.
En een ander voor de hand liggend twistpunt, stuur links of rechts, werd opgelost door het stuur in het midden te plaatsen.
Alleen jammer dat ze het eerder al eens waren geworden over de positie van het zitmeubilair, dat leidde voorin toch wel tot een merkwaardige opstelling met twee normale voorstoelen links en rechts maar het stuur in het midden.
Dit zou er ook toe leiden dat het uiteindelijke productiemodel, enkele jaren later, nooit echt is aangeslagen bij het grote publiek. Maar bij één groep professionele gebruikers werd het wel een onverwacht succes: rijscholen en hun rijinstructeurs. Geen kostbare ombouw meer naar dubbele bediening, want alle bedieningselementen waren voor instructeur en leerling even goed bereikbaar. En de extra terreinwaardigheid en bodemvrijheid kwamen ook bijzonder goed van pas als beginnende leerlingen onbedoeld van het asfalt af off-road gingen.
Maar dat is tevens de verklaring waarom nu alleen dit prototype nog is overgebleven. Want lesauto's hebben natuurlijk een heel zwaar leven, dus alle productiemodellen zijn volkomen op en versleten roemloos op de sloop beland.
(Voetnoot: de afbeeldingen zijn gemaakt met Lumo van Proton. Die privacy-vriendelijke AI-assistent heeft ook uitgebreid meegedacht over de historie van deze bijzondere coöperatie, maar de uiteindelijke tekst is volledig van eigen hand)