Ik kwam onderstaand artikel tegen op TopGear, ik vond het wel heel erg herkenbaar. Komt misschien ook omdat ik ongeveer even oud ben als de schrijver van het artikel.
TopGears adjunct beleeft een griezelige realisatie: hij weet niet alles meer van auto’s… En dat kan hem weinig schelen
Toen ik gisteravond laat een rondje met de hond liep, werd ik voorbijgereden door een nieuwe zwarte crossover. Hij had een generieke vorm en de geijkte doorlopende led-strip aan de achterkant. Ik zag een vollopend richtingaanwijzertje. En toen hij de hoek om was gegaan, besefte ik het: ik zou je met de beste wil van de wereld niet kunnen vertellen wat voor auto dat was.
Dit is geen comfortabel terrein voor mij. Ik was het jochie dat op z’n vierde door de buurtkinderen door de straat werd geparadeerd omdat ik bij elke geparkeerde auto het merk en type kon opdreunen. Iets later leerde ik de dikke Autotest-boeken (wie kent ze nog?) uit m’n hoofd en wist ik alles van pk’s en topsnelheden. Elke koplamp, wieldop en bumperstrip kon ik herkennen; en dat in de jaren ’80, toen auto’s misschien nog wel meer op elkaar leken dan nu.
Vroeger wist ik alles
Als tiener wist ik bij elk willekeurig koekblik wel iets zinnigs te zeggen over uitvoeringen en motorisering en had ik parate kennis over hoe het ding zich verhield tot zijn concurrenten. Ik kon ernaar uitkijken dat ik voor het eerst een exemplaar van een nieuw model zou tegenkomen, zelfs bij facelifts van doodgewone boodschappenkarretjes. Auto’s waren auto’s, en auto’s waren het leven.
Maar een paar jaar geleden begonnen er scheurtjes in dit firmament te ontstaan. Reed ik een testauto en stelde een passagier een goede vraag over vermogen, prestaties of prijs, dan moest ik toch toegeven dat ik het antwoord niet precies wist. Ik zou het later wel opzoeken bij het schrijven van de test. Eigenlijk was dat al een teken aan de wand: ik hield mijn encyclopedische idealen van vroeger niet meer bij.
Het was geen Audi…
En nu ben ik dus op een punt waarop ik een auto in het donker niet meer herken. Was het een vreemd jong merk waar ik nog aan moet wennen? Nou ja, het was geen Audi. Maar dat is geen excuus – juist van iets nieuws en onbekends zou ik alle ins en outs moeten willen opzuigen.
Clarkson stelde laatst dat hij helemaal niets meer geeft om nieuwe auto’s. Misschien sta ik er op mijn 65e ook zo in, maar nu laten ze me zeker nog niet koud. Ik vind de ontwikkelingen nog steeds interessant, imposant, soms ook irritant. Maar ik merk dat ik me niet meer stort op een nieuw interieur om elk detail in me op te nemen, dat ik niet meer de prijslijsten doorspit op zoek naar de ideale combinatie van uitrusting en prestaties voor het geld. Ik geloof het allemaal wel.
Maakt dit werk je blasé? Ik ken collega’s die langer in het vak zitten die nog net zo jeugdig enthousiast worden van een bijgepunte B-segmenter als toen ze net begonnen. Nee, ik denk dat met mij hetzelfde aan de hand is als met veel andere autoliefhebbers: het is me te veel. Te veel zielloze crossovers met 500 e-pk’s. Te veel kleine auto’s met geknepen motoren voor idiote prijzen. Te veel schermen, te veel piepjes, te veel dingen die niets met autorijden te maken hebben – of zouden moeten hebben.
Is het de leeftijd?
Ik ben 43, dus dit is hét moment om nostalgisch en melancholisch te worden. Maar ik denk niet dat dit enkel met mijn levensfase te maken heeft. Ik denk dat als je twintigjarige Ruben nu in een 5-serie zou zetten, en daarna in een 5-serie uit 1996, hij na het eerste digitastische wauwmoment ook zou concluderen dat die laatste in alle opzichten de betere auto is.
In ons magazine schrijven we ook aardig wat over auto’s van 30 jaar oud. Dat is omdat wij ook merken dat jij die simpele, levende machines eigenlijk leuker vindt dan de nieuwe Xfast ZV7-Q. Tien jaar geleden was dat niet aan de hand, omdat we tien jaar geleden nog echte motoren, echte interieurs, echte auto’s hadden. Oh, die zijn er nu ook nog wel. Maar ze worden met de dag schaarser. Dat mag allemaal zo zijn, toch loop ik vanavond even met de hond de wijk in, op zoek naar die zwarte crossover. Want ook al vind ik ’m niet boeiend, ik laat ’m me toch zeker niet mijn identiteit ontnemen?