Zoals eerder beloofd een stuk over de aanwinst. Laat ik eens een test doen hoe lang een forumpost kan zijn.

Ik vind het altijd leuk om een aankoopverhaal te schrijven voor mijn eigen archief en voor fora. In dit geval was het iets meer dan gewoon een aankoop, het proces begon ruim vijf jaar geleden en pas sinds 2 maanden staat de auto op mijn naam. Zie eens 5 jaar in één post te vatten. Het is dus nogal een lap tekst, hopelijk heb ik leesbaar genoeg geschreven en genoeg tussenstopplaatjes toegevoegd.
Maar goed, de nieuwste aanwinst. Hoewel, nieuwste. De BX is met bouwjaar ’84 al een stuk ouder dan ik ben, maar deze is dubbel zo oud… Men beweert wel eens dat oldtimerbezitters teruggrijpen op hun jeugd, op de auto’s die ze toen zagen rijden. Ik heb een tijd gedacht dat dat op mij niet van toepassing was, omdat ik ook veel heb met nóg veel oudere auto’s. Inmiddels realiseer ik me echter dat die beschrijving op mij ook van toepassing is. Ik ben opgegroeid met een vader die oldtimers reed en die mij, omdat ik het leuk vond, meesleepte naar allerlei evenementen.
Een typisch zomervakantieritueel van ons gezin. Op de foto mijn broertje.
Citroën DS with caravan cooling down by
MilanWH, on Flickr
Mijn vaders DS en Acadiane waren voor dagelijks, de Fiat 500C Topolino heb ik nauwelijks bewust meegemaakt (daar zijn we letterlijk uit gegroeid als gezin) en andere auto’s waren vaak nauwelijks rijdend. Maar mijn vaders echte hobbyauto was en is zijn Citroën 11B uit 1956. Een Traction Avant. Ook hij voldoet aan bovenstaande omschrijving van de oldtimerbezitter, hij heeft namelijk enigszins geprobeerd de Traction van zijn vader na te bouwen:
Grijs met de bumpers van de zescilinder. Een later teruggevonden foto lijkt erop te wijzen dat zijn vaders Traction een 11BL was en niet de grotere 11B, maar soit. Met gestrekte benen achterin kunnen zitten vond ik als kind wel fijn, dus dat is hem vergeven.
Er is een behoorlijk actieve club voor de Traction, en van jongs af aan ben ik mee gegaan naar alle meetings. Soms bij het clubhuis dat mijn vader ter beschikking stelde/beheerde, soms landelijke meetings of zelfs met de club naar het buitenland. Tractions met caravan, het kan prima. Eenmaal in bezit van het roze pasje mocht ik, na de Acadiane en DS onder de knie gekregen te hebben, ook achter het stuurwiel van de Traction plaatsnemen. De DS zweeft fijn, de Acadiane is een geweldig leuk raghok (wanneer hij zin had tenminste…), maar de Traction is zo’n totaal andere beleving. Back to basics. Werken achter het stuur. Zeker op de buitenlandritten vermaakte ik me geweldig, en besloot dat er ooit een Traction in bezit moest komen.
Jullie kunnen nu wel raden waar dit naartoe gaat, maar ik had in mei 2013 nog geen idee. Ik ging met mijn vader naar CitroMobile en we troffen daar reeds op de parkeerplaats een Traction 11BL, waar een bordje ‘Te koop’ op stond. De eigenaar klapte net zijn stoeltje uit om ernaast te gaan zitten in afwachting van geïnteresseerden.
Lang hoefde hij niet te wachten, want mijn vader keek naar de prijs, keek eens naar de auto en vroeg om een proefrit. Na een rondje belde hij mijn moeder voor toestemming om wat geld van de gemeenschappelijke rekening te halen en was de deal rond. De overschrijving zou later zijn, de eigenaar ging direct weer naar huis. Zijn missie was geslaagd, met de rest van het evenement had hij blijkbaar niet veel. Bij de uitgang van het terrein werd hij nog gekiekt door Tim:
Citroën Traction Avant by
timvanessen, on Flickr
Mijn vader vertelde dat dit een deal was die hij niet kon laten lopen, die auto was veel meer waard. Even mooi maken en hij kon hem met goede winst doorverkopen. Dan had hij weer wat extra geld voor zijn eigen auto’s. Met deze Traction ben ik vlak daarna met een vriend en mijn ouders naar een meeting van de Tractionclub geweest, even showen en hopen dat de LPG-tank niet leeg zou raken. De vulnippel was namelijk kapot en op benzine liep hij niet. Het ging goed. Een foto samen met mijn vaders 2CV Dolly (inmiddels verkocht) werd gemaakt omdat het kleurenschema zo leuk matcht. Deze Traction werd binnenshuis dan ook bekend als de DollyTraction, om een onderscheid te hebben. Daarna belandde de Traction in de stalling, in afwachting van opknapbeurt en doorverkoop.
Citroën 11BL 1951 Traction & 2CV Dolly by
MilanWH, on Flickr
*skip*
Drie jaar later. De gekochte Traction staat al die tijd in de stalling. Mijn vader heeft klussen te over. Toen zijn DS voor de tweede keer in korte tijd een groot mankement had, was hij het zat. Dat ding moest maar eens voor straf een tijd de hoek in, hij had geen zin om daar nu weer aan te beginnen. En wat stond er in die hoek? Juist, de gekochte Traction.
Nu komt het: Hoe lang het idee bij hem al speelde weet ik niet, maar hij kwam met een heel interessant aanbod. “Zullen we deze Traction een gezamenlijk project maken?” Ik zou veel leren over de techniek van de Traction, wat zeker nodig is als je ooit zo’n auto wil hebben. En daarna kon ik de auto voor de kostprijs van aanschaf + opknappen overnemen. Eens over nadenken…
Een Traction wilde ik sowieso nog eens hebben. Als ik daar helemaal op eigen initiatief naartoe had moeten werken, had het nog wel enkele jaren geduurd. Dan had ik wat studieschuld willen aflossen en een eigen garage bij huis willen hebben. De kennis en middelen om een auto zelf helemaal op te knappen heb ik ook niet, en anders zou het zeker nog heel wat jaren geduurd hebben voor ik het volledige aankoopbedrag van een kant en klaar exemplaar bij elkaar zou hebben. Voordelen van dit aanbod:
- Prijstechnisch gunstige aanschaf
- Voordeel van mijn vaders contacten waardoor veel uit te besteden delen van het opknappen goedkoper kunnen dan wanneer ik het volledig bij commerciëlen neerleg
- Voordeel van mijn vaders kennis en kunde, zijn uren hoef ik niet te betalen
- Ik leer zelf veel over de techniek
- Ik doe een groot project met mijn vader, die toch inmiddels de 70 is gepasseerd.
Genoeg redenen om toe te happen. Toen kreeg ik de vraag hoe ik zou het willen doen. Twee mogelijkheden:
- Opknappen zodat je snel kan rijden, een paar jaar ‘goedkoop’ genieten en in een later stadium de auto goed aanpakken en naar eigen zin maken.
- Of direct alles aanpakken en de auto naar eigen zin maken.
Mijn vaders gezondheid werkt niet altijd mee en hij begint zijn leeftijd ook steeds meer fysiek te merken. Hoe het over een paar jaar is kan niemand voorspellen. De kans is groot dat het hem dan minder goed lukt om zelf veel te doen, waardoor uit het lijstje hierboven voordeel 3, 4 en 5 (deels) vervallen. Ik heb dus gekozen om het samen met mijn vader direct goed aan te pakken.
Op 1 augustus 2016 haalden we de 11BL op uit de stalling. Ik heb sindsdien jaar lang zo veel mogelijk weekends bij mijn ouders doorgebracht om te helpen, aangezien de auto in mijn vaders garage stond. Maar laten we wel wezen, mijn vader ging doordeweeks gewoon door, dus hij heeft het merendeel van het werk gedaan.
Sindsdien is er een dagelijks logboek bijgehouden van de vorderingen aan de auto, verrijkt met foto’s, schema’s en tekeningen. Ik zou hem pagina voor pagina kunnen inscannen, maar daar zal ik weinigen een plezier mee doen. Een samenvatting dan maar, enkele woorden per pagina terwijl ik er doorheen blader. Af en toe iets meer tekst bij een keuzemoment: Remmen gereviseerd, lopend gekregen op benzine, benzinetank verwijderd en poging tot schoonmaken gedaan, roest in bodem hersteld, interieur verwijderd, deuren van lak en plamuur ontdaan, deuren roest hersteld, heel veel schuren en plamuren om ze weer strak te krijgen, neus eraf, alles schoonmaken en ontroesten, benzinetank vervangen, achterkant uit elkaar, schoonmaken, ontroesten en weer strak maken, roest kofferbak herstellen.
En dan heb je een boel losse plaatwerkdelen en een koets met motor over. Zoals eerder zijdelings genoemd zat er een LPG-installatie in, een samenraapsel van allerhande modernere onderdelen. Wat moet daarmee gebeuren? Het werkt prima, en het rijdt een stuk goedkoper dan op benzine (98 met loodvervanger, pakweg 1 op 8 tot nu toe). Maar… Je houdt praktisch geen kofferruimte over en het maakt de techniek een stukje ingewikkelder, wat voor een beginneling als ikzelf vervelend is. Uiteindelijk toch besloten om de LPG-installatie eruit te halen. Aangezien zo’n oude tank niet meer in een nieuwe installatie gebruikt mag worden, is het verder nauwelijks wat waard. Daarom heb ik het zelf maar in een hoek gelegd. Mocht ik in de toekomst meer rijden, of mochten milieumaatregelen een barrière gaan vormen, dan kan ik het weer inbouwen. Op kenteken laat ik het ook gewoon als LPG staan, heb ik (voorlopig) geen last van.
Ook uit de auto verdwenen is de Clayton-kachel. Ik rijd toch niet wanneer het koud is, de auto warmt al snel genoeg op door de motorwarmte en het scheelt weer wat slangenmeuk onder de motorkap. Ook de radio met alle speakers rondom, de voetenbakverlichting, het alarm en de deurverklikkers zijn weg. De vorige eigenaar hield blijkbaar nogal van het toevoegen van elektronicameuk aan de auto, wat mijns inziens niet thuis hoort in een hobbyoldtimer. Ieder zijn ding.
Dan verder met de techniek. Stukje bij beetje wordt er meer van de motor af geplukt, om alles na te kijken en mooier te maken. De versnellingsbak moest er sowieso ook nog vanaf, omdat daar een nare tik in zat. En dan direct maar het hele blok eruit halen. Dat was eigenlijk niet de bedoeling, maar als je toch al zo ver bent en een takel hebt staan is het een kleine moeite. Dan kan je overal net wat fijner bij. De versnellingsbak is door verschillende mensen met verstand van zaken goed nagekeken, maar de oorzaak van de tik in de eerste versnelling en achteruit is niet gevonden. Dan maar gewoon door.
De startmotor was nog origineel en was volledig aan gort van binnen, het was een wonder dat die nog werkte. Reden daarvoor: De startmotor werkt op 6V en kreeg veel te harde klappen, want het systeem was al omgebouwd naar 12V. Startmotor is vervangen door die van een DS. Het 12V-systeem heb ik wel zo gelaten, want dat is een stuk prettiger en veiliger: Je hoeft niet continu op de laadstroom te letten en je hebt wat meer prik. In mijn vaders 6V Traction is rijden met verlichting aan al voldoende om de accu leeg te trekken en de verlichting zie je nauwelijks.
Verder met de koets. Heel veel kaal maken, her en der wat repareren en mooier maken. Veer van het gaspedaal vervangen (wat een ***klus, dat kan gewoon niet!), nieuwe accubak gemaakt, alle gaten van verdwenen kachel en elektronica gedicht in het dashboard, koppeling vervangen, wielen opgeknapt.
Volgend ingrijpend moment. Hoe moet de Traction eruit komen te zien? Welke kleur wordt hij? Over deze keuze heb ik een maand of twee gedaan… Omdat ‘zo laten’ voor deze auto in mijn ogen absoluut geen optie was (wat een circuscombinatie, dat beige-lichtrood. Op een Amerikaan of een Brit kan het soms, zo’n basic wederopbouw Frans ding kan het imho niet hebben), moest ik wel wat gaan kiezen. Origineel werden Tractions in 1951 alleen in het zwart geleverd. Als het verder ook een volledig originele auto was geweest, had ik het zo gelaten. Maar eigenlijk heb ik sowieso niets met zwarte auto’s, en er zijn al veel te veel zwarte Tractions. Omdat deze auto met mijn middelen momenteel toch niet naar origineelstaat gebracht gaat worden, kan ik net zo goed iets anders kiezen.
Kleur met zwarte schermen is mooi, maar origineel kon dat alleen voor de oorlog. Als ik dat ga doen, heb ik een ‘nepper’ gemaakt. Hoewel ik dus geen volledige originaliteit nastreef, vond ik dat toch reden om het niet te willen. Het moet dus één kleur zijn. Lichte kleuren worden het dan niet, dan krijg je zo’n trouwauto-uitstraling. Ook een afknapper in mijn boekje. Donkere kleuren dus. Ik heb heel veel gegoogeld, plaatjes gezocht. Veel moois gezien, ook blauw en groen. Maar ik kwam toch elke keer stil te staan bij rood. Daar heb ik nu eenmaal wat mee op auto’s… Daar maar op verder zoeken dan. 1001 tinten rood, zie maar eens de ‘juiste’ te vinden. In Klassiek en Techniek stond een AC Ace in
heel mooi rood. Die kant moest het op. Maar als je donkerrood hebt, wordt het in bepaalde omstandigheden paars óf bruin. Welke kant moet het op? Eigen proefjes van mijn vader waren goed bedoeld, maar het werd hem niet. Gelukkig hebben die grundliche Duitsers goede archieven, dus ik ben eens in de Mercedes-kleuren gedoken en heb een spuitbusje besteld van twee donkerrode kleurnummers. Die uitgeprobeerd op enkele voorwerpen (waaronder mijn fiets, die is nu gevlekt rood her en der) en de knoop doorgehakt. DB 542 is het geworden. Mijn vader heeft gewerkt bij een autoschadebedrijf, daar wilden ze hem wel even tussendoor doen. Hij is heel druk geweest met heen en weer rijden om delen te brengen en halen (in de sneeuw) en het is goed gegaan.
Op foto’s lijkt het vaak bruin, maar in het echt hoor ik vaak dat het meer paars is. Het verschilt eigenlijk in elke omstandigheid. Aan de schaduwzijde en in schemering is het al gauw bijna zwart. Ik ben blij met mijn kleurkeuze.
Na het spuiten kon het opbouwen weer beginnen. Motor erin, vloerbekleding plakken, deuren opbouwen. Het interieur hebben we laten doen, dat was vaalrood en gescheurd. Dat kon echt niet meer. De originele bekleding is duur en muisgrijs gestreept, dat vond ik niet echt wat. Ik wilde een tintje bruin erin proberen te krijgen, voor een match met de rode buitenkant. Dat is dus een grijs-met-een-tintje-bruin corduroy-achtige stof geworden. Ik vind het geslaagd. De hemel hebben we laten zitten, die was nog goed. Dashboard erin, aansluiten, plaatwerk eraan, elektronica werkend zien te krijgen (geen hobby van ons) en we zijn er ongeveer. 2 jaar werk in 2 A4tjes samengevat.
Hij was net op tijd klaar voor de technische keuring van de Tractionclub. Bij gebrek aan verplichte APK is het wel handig om je auto eens per jaar door een onafhankelijke derde na te laten kijken op gebreken. Zeker in dit geval, als een auto volledig uit elkaar is geweest, kan je altijd wat over het hoofd gezien hebben. Er kwamen wat missende details aan het licht, maar de techniek was in de basis goed.
Na nog wat testritjes ging de eerste echte rit naar CitroMobile. Opvallend genoeg heb ik hem slechts op één foto teruggevonden, terwijl ik bijna zeker weet dat als ik twee dagen met de BX was geweest ik meer foto’s ‘geoogst’ had. Naja, het gaat mij om het zelf rijden. Dat ging gelukkig prima die dagen! Daarna nog eens een rit met mijn ouders en vriendin met onze twee Tractions gemaakt. Dat moest voordat ik hem mee mocht nemen.

Inmiddels staat hij een ruime maand in een gehuurde garagebox in Enschede, met af en toe een zondagsritje genieten.
Citroën 11BL Traction Avant 1951 (99-76-UT) by
MilanWH, on Flickr