Leuk stukje op NRC.nl:
Geen Roodborstje maar Roodborst? Zinloze taalvernietiging
[size=x-small]Zowel de leek als de kenner zoekt in de moderne vogelgids tevergeefs naar het Roodborstje. Het is Roodborst geworden.[/size]
door Hans Dorrestijn
Vogels mogen geen ‘je’ meer achter hun naam. Dit is zinloze taalvernietiging, betoogt schrijver en cabaretier Hans Dorrestijn.
Wij zijn een volk van verkleinwoordjes: koekje, hondje, biertje, broodje, treintje, schatje. Dat we ‘kinderstoeltje’ zeggen is voor buitenlanders te begrijpen, maar mijn Romeinse chauffeuse vertelde dat Italianen in de lach schieten als in Holland bij mooi weer ‘het zonnetje schijnt’. Het zonnetje, voor zo’n reusachtig hemellichaam!
Het verkleinwoord duidt niet alleen formaat aan, maar drukt ook bewondering en liefde uit. Het toppunt van Nederlands verkleinwoordgebruik leverde destijds Martine Bijl. Geen kwaad woord overigens over deze zangeres en actrice; ze is een groot talent van aanzienlijke schoonheid. In haar jeugd zong ze een lied met de titel ‘Elfje Twaalfje’. Intensiever verkleinwoordgebruik bestaat niet.
Met verkleinwoordjes moet je als schrijver oppassen. Je maakt je tekst er algauw kneuterig mee, te gezellig of sentimenteel. Ze verzwakken je betoog. Maar er zijn Nederlanders bij wie de angst voor het verkleinwoord ziekelijke vormen heeft aangenomen: in de hogere ornithologische kringen lopen vogelaars rond bij wie de knapheid naar de bol is gestegen. Ja, zelfs in de natuur treft men bobo’s! En die verklaarden op een kwaaie dag het verkleinwoord in de vogelarij taboe. Dientengevolge zoekt de leek zowel als de kenner in de moderne vogelgids tevergeefs het Roodborstje. Het is Roodborst geworden. Naar analogie van ‘adelborst’? Roodborst klinkt inderdaad stoer en vechtlustig. Maar hier zit iets buitengewoon onnatuurlijks in het vermijden van het verkleinwoord. Dat de vogeltop de benaming ‘Roodborst’ dicteerde, wijst op arrogante zelfoverschatting, als het geen machtsmisbruik is.
Niemand heeft het recht de verkleinwoorden uit de vogelgidsen en dus uit de taal te bannen. Een bioloog heeft biologie gestudeerd, maar op taalgebied is hij een amateur. Zijn ingreep is volstrekt onwetenschappelijk. Elke eerstejaars student Nederlands weet dat de grammatica beschrijft en niet vóórschrijft. Zelfs de grootste taalgeleerde mag geen veranderingen in het Nederlands aanbrengen. Er verandert zonder opzettelijke ingrepen toch al genoeg. Er zijn zelfs goede argumenten tegen spellingshervormingen: die vervreemden Nederlanders van hun verleden. Boeken in de oude spelling zijn slechter leesbaar.
Het Winterkoninkje heeft het veld moeten ruimen voor de Winterkoning. Die klinkt als een onverbiddelijke vorst uit de middeleeuwen. Het woord ‘Winterkoninkje’ duidde niet alleen het geringe formaat aan (9,5 centimeter) maar ook de sympathie voor dit grappige tuinvogeltje. Het voert te ver om dit meteen sentimenteel te noemen. Liefde moet mogen, ook van vogelaars.
Een van de allermooiste woorden uit onze taal was ‘Bladkoninkje’. Een nietig (10 centimeter) groen vogeltje, maar zonder ‘tje’ verandert hij in een grijze materialistische despoot, de Bladkoning. Een engerd van anderhalve meter. Ik kan maar niet begrijpen dat al die goeie, verstandige, liefdevolle en tevens bekwame vogelgidsenschrijvers zonder slag of stoot het bevel van de vogelbobo’s hebben opgevolgd. Waarom heeft niemand geprotesteerd tegen die zinloze taalvernieling?
In de moderne vogelgids tref je niet langer het aloude, zeer goed functionerende Wouwaapje aan. Het is nu ‘Woudaap’. Waarom in hemelsnaam? Waar zit hier de vooruitgang? Er kunnen toch nauwelijks ornithologische argumenten voor worden aangevoerd. Wat was er mis met ‘Wouwaapje’? Wie zich bezighield met vogels, zag bij het woord ‘Wouwaapje’ het sierlijke, reigerachtige vogeltje van 33 centimeter voor zich dat met grappige bewegingen langs een rietstengel omhoog klom, een ogenblik over de deinende rietkraag uitkeek en vervolgens weer haastig afdaalde. Een lichtgewicht, dat Wouwaapje: zelfs de broze rietstengel knakte niet, maar boog alleen een beetje door.
Nu moeten we dit ranke dier woudaap noemen. Bij het woord ‘Woudaap’ zie ik een gorilla voor me die uit de bosrand komt en zich op de borst trommelt alvorens tot de aanval over te gaan. De naam ‘Wouwaapje’ was al eeuwen in gebruik en heeft daardoor alleen al bestaansrecht. Miljoenen mensen hebben het diertje onder deze naam gekend. ‘Wouwaapje’ is echt. De naam ‘Woudaap’ is verzonnen, een product uit de directiekamer. Net als de Gaai, die we allemaal kennen onder de naam Vlaamse Gaai. Vlaamse Gaai mocht niet meer. Maar zonder het versierende bijvoeglijk naamwoord is het een doorsnee vogel geworden zonder kraak of smaak. Het scheelt weinig of ook die heerlijk lichtblauwe ovale plek op zijn vleugels is verdwenen. Leek noch kenner dacht bij ‘Vlaamse Gaai’ aan onze zuiderburen, en dan nog, wat zou daar verkeerd aan geweest zijn? ‘Gaai’ verarmt de wereld.
Was er maar een taalrechtbank, dan begon ik een proces. Ik wil mijn Bladkoninkje terug en mijn lieve kleine Wouwaapje!
Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2012/10/15/geen-roodborstje-maar-roodborst-zinloze-taalvernietiging/